Alles weergeven
Woud aan keurmerken en labels

Eén standaardmethode (PEF - product environmental Footprint) voor Europa moet duidelijkheid geven in het woud aan duurzaamheidskeurmerken en labels

Milieuprestaties meten van producten

Eén standaardmethode voor Europa in de maak



Dit artikel is verschenen in VMT - editie 13, 21 oktober 2016

Producten beoordelen op duurzaamheid is tegenwoordig een grote uitdaging. In het woud aan groene keurmerken en labels raak je als consument en producent al snel de weg kwijt. Daarom werkt de Europese Commissie aan een standaardmethode om milieuprestaties van producten te meten en te communiceren.



Op dit moment zijn er maar liefst vierhonderd duurzaamheidslabels en -keurmerken. Dat betekent dat er ook honderden manieren zijn om duurzaamheid te berekenen. Die variëren behoorlijk in kwaliteit. Deze onoverzichtelijke situatie komt de ambitie van de Europese Commissie om een circulaire economie te bevorderen niet ten goede. Daarom heeft ze in 2013 het initiatief ‘Bouwen aan de eengemaakte markt voor groene producten’ (Single Market for Green Products Initiative) opgezet. Dit stelt voor dat er een eenduidige methode wordt ontwikkeld om de milieuprestaties van producten te meten en te communiceren. Onder de naam Product Environmental Footprint (PEF) wordt op dit moment in een pilotproject gewerkt aan een standaardmethode die begin 2017 klaar moet zijn. Deze ontwikkeling gaat wellicht substantiële veranderingen teweegbrengen in de markt.

Voordelen standaardmethode

Straks kunnen producten aan de hand van één standaard op een eerlijke manier met elkaar worden vergeleken. Een ander voordeel is dat het meten van milieuprestaties inzicht biedt in alle mogelijke verbeteringen, bijvoorbeeld bij het energieverbruik. Bovendien zorgt het voor meer efficiëntie voor bedrijven die een duurzaam product in de markt willen zetten. Er is dan één methode om de milieu-impact te berekenen voor Europese landen. Het is dus niet meer nodig om voor elk land een ander duurzaamheidsschema te volgen.

Spelregels vaststellen

De eerste stap in het PEF-project is de spelregels vaststellen voor speci eke productgroepen. In het Europese pilotproject wordt deze verzameling van spelregels aangeduid als Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR). Er zijn 26 productgroepen (zie tabel 1) geselecteerd, van bier tot T-shirts en olijfolie, die meedraaien in het Europese pilotonderzoek. In deze pilots worden verschillende partijen samengebracht, onder wie duurzaamheidsexperts, bedrijfsleven en brancheorganisaties. Zij gaan samen aan de slag om de spelregels op te stellen en op verschillende manieren te testen in de praktijk.

Levencyclusanalyse

Als basis voor het opstellen van de spelregels wordt gebruik gemaakt van een bestaande en gevestigde methode: de levenscyclusanalyse, ook wel Life Cycle Assessment (LCA) genoemd. Deze methode brengt de hele levens cyclus van een product in kaart. Dit biedt een goed uitgangspunt om de milieuprestaties van een product te onderzoeken.

Wat is een LCA?

Elk product of elke dienst heeft impact op het milieu, onder meer op CO2-uitstoot, grondstofgebruik en landgebruik. Levenscyclusanalyse (LCA) is een methode om deze impact te inventariseren. De hele levenscyclus van een product of dienst wordt ermee in kaart gebracht. Van grondstoffen, verpakking, transport, retail, de consumentenfase tot afvalverwerking - oftewel van cradle to grave. Door hotspots inzichtelijk te maken, kan een proces of product verbeterd worden. Dat kan een besparing in grondstof- en energieverbruik opleveren en dus ook kostenbesparing.

Bierpilot

Een van de geselecteerde productcategorieën is bier. Binnen de bierpilot zijn de stappen (zie  figuur 1) voor het ontwikkelen van de PEFCR grotendeels uitgevoerd. In deze pilot is  dee Brewers of Europe de leidende organisatie. Deze Europese brancheorganisatie vertegenwoordigt meer dan 6.500 brouwerijen, waarvan een groot deel kleine brouwerijen (SME) betreft. De adviserende rol ligt bij adviesbureau Blonk Consultants en Bocconi University. Daarnaast zijn diverse organisaties uit het bedrijfsleven betrokken, zoals: Anheuser Busch InBev, Carlsberg, Heineken, SABMiller, Beverage Industry Environment Roundtable (BIER), European Aluminium Association (EAA) en European Container Glass Federation (FEVE).
 

Eerste resultaten

In de bierpilot zijn inmiddels de regels (PEFCR) opgesteld en getest voor een aantal producten – supporting studies. De eerste resultaten van deze supporting studies zijn bekend. Aan de hand van een referentieproduct – benchmark – zijn een aantal producten vergeleken. De benchmark is een Europese mix van biersoorten, verpakkingen en koelingsmethoden. In totaal zijn veertien impactcategorieën onderdeel van een PEF. Voorbeelden zijn Carbon Footprint, Landgebruik en Waterverbruik. In figuur 2 wordt voor de impactcategorie Carbon Footprint een aantal pils in verschillende verpakkingsvormen vergeleken met de benchmark. De impact wordt uitgesplitst naar levenscyclusfase. In  figuur 3 zijn deze fases voor de productie van bier weergegeven. Wanneeer we inzoomen op de Carbon Footprint, dan zien we dat bier 1 en bier 2 de laagste impact hebben ten opzichte van het referentieproduct. Ook worden die specifieke levenscyclusfases inzichtelijk die zorgen voor de hoogste impact, hotspots genoemd. In het geval van bier 1 en bier 2 is dit de consumentenfase. De impact wordt hier voornamelijk veroorzaakt door koeling bij de consument. Om de milieu-impact per levenscyclusfase te bepalen, is gebruik gemaakt van diverse data. In het geval van de mouterij, brouwerij, verpakkingsproductie en het transport betreft dit bedrijfsspecifieke data. De input voor de andere levenscyclusfases is gebaseerd op generieke data, in dit geval zijn dat de teelt en consumentenfase.

Vervolgstap

Uiteindelijk worden de spelregels als uitgangspunt gebruikt voor communicatie over duurzaamheid van producten. In de pilot wordt het testen van de spelregels – supporting studies – gevolgd door het testen van communicatiemiddelen. In het geval van de bierpilot wordt dit twee kanten op getest: naar de consument en naar de ketenpartners. De resultaten van de eerder beschreven supporting studies vormen hiervoor de basis. Samen met leveranciers en partners in de keten wordt op basis van de resultaten gekeken naar mogelijke verbeteringen. Dit moet leiden tot acties in de keten om samen een zo laag mogelijke milieu-impact te realiseren.

Wetgeving

Een belangrijke vraag is wat deze ontwikkelingen gaan betekenen. In 2017 gaat de Europese Commissie eerst het PEF-pilotproject beleidsmatig evalueren. De Commissie heeft aangekondigd dat dit ervoor kan zorgen dat de aanbeveling van de Commissie van 9 april 2013 over het gebruik van gemeenschappelijke methoden voor het meten en bekendmaken van de milieuprestaties van producten en organisaties gedurende hun levenscyclus kan worden herzien. Met andere woorden, dit kan betekenen dat de aanbeveling wordt omgezet naar wetgeving. Bijvoorbeeld wetgeving die voorschrijft dat het opstellen van een Product Environmental Footprint voor elk product een verplichting wordt. Of dat het alleen een verplichting wordt bij het voeren van een milieuclaim voor een specifiek product. Daarnaast is het ook mogelijk dat er niets gebeurt. Op basis van een vragenronde onder circa vijftig betrokkenen in de markt acht Blonk Consultants de kans groot dat de PEF in eerste instantie een verplichting wordt bij het voeren van een milieuclaim. Als een bedrijf wil laten zien dat een product duurzaam is, moet dit berekend worden op basis van de PEF-spelregels. Het is echter nog afwachten wat er precies op Europees niveau gaat veranderen. Wat ons betreft zijn de voordelen van een standaard groot. Op de eerste plaats gaat het voor veel meer transparantie in de ketens zorgen. Daarnaast gaat het geld en tijd besparen. Voor bedrijven geldt immers dat er een kant-en-klare methode ligt om milieuprestaties van hun producten in kaart te brengen, waarbij de spelregels duidelijk zijn en methodologische keuzes al zijn gemaakt. Bovendien wordt het benchmarken van producten op deze manier eenvoudiger en sneller. Ook komt er meer inzicht in onderdelen van de keten die voor verbetering vatbaar zijn. Een Product Environmental Footprint biedt handvatten om impact te verlagen, kosten te besparen en vormt een grondige basis om eerlijk en helder te communiceren over duurzaamheid naar consumenten.

Op de website van de Europese Commissie zijn de laatste ontwikkelingen in het PEF project te lezen.


Meer informatie



Wilt u meer weten over de ontwikkelingen rondom de PEF?
Stuur een e-mail naar Jasper Scholten