Alles weergeven
Onderzoek milieueffecten van vleesvervangers

Onderzoek milieueffecten van vleesvervangers

Eiwit-transitie en de kansen voor Vlaanderen

Presentatie studieresultaten tijdens ‘Inspiration Day: The ProteinShift’ van Flanders’ FOOD

Op 11 december j.l. hebben Janjoris van Diepen en Roline Broekema van Blonk Consultants de resultaten gepresenteerd van de studie naar de eiwit-transitie in Vlaanderen. Zij waren sprekers tijdens de ‘Inspiration Day: The ProteinShift’, georganiseerd door Flanders’ FOOD, het Vlaamse platform dat de innovatieslagkracht van de agrovoedingsindustrie vergroot. Tijdens de inspiratiedag stonden verschillende alternatieve eiwitbronnen, en hoe je als voedingsbedrijf hiermee aan de slag kan gaan, centraal. Janjoris gaf de aanwezigen inzicht in de opportuniteiten van de eiwittransitie voor Vlaanderen. Roline heeft meer verteld over het belang van de balans tussen voedingswaarde en duurzaamheid van vleesvervangers. Verder waren er sprekers vanuit de wetenschap, overheid en het bedrijfsleven aanwezig.

Opportuniteiten voor Vlaanderen

In de afgelopen maanden heeft een studieteam van Technopolis en Blonk Consultants zich verdiept in de eiwit-transitie en de opportuniteiten voor Vlaanderen. De studie is uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid. De studie had een brede focus en geeft inzicht in de wetenschappelijke status, kansen en belemmeringen voor de landbouw, op ecologisch en economisch gebied. Daarnaast is ook onderzocht hoe het staat met consumentenacceptatie van nieuwe eiwitbronnen en het regelgevend kader. Uit de studie is naar voren gekomen dat er volop kansen liggen voor Vlaanderen. De Vlaamse wetenschap levert internationaal gezien hoogstaand onderzoek op het gebied van de eiwittransitie, zowel binnen het technische als het sociale domein. Binnen de landbouwsector in Vlaanderen liggen kansen voor het telen van nieuwe eiwitgewassen, zoals soja, erwten, lupine en veldbonen. Afzetgaranties zijn belangrijk om over te kunnen schakelen naar nieuwe eiwitgewassen, daarom is quinoa vooralsnog lastig. De Vlaamse voedselindustrie is sterk ontwikkeld, waardoor er veel kennis en techniek aanwezig is. De waardeketens rondom alternatieve eiwitten zijn in ontwikkeling, maar zijn op dit moment nog onvoldoende georganiseerd. Ook is er nog gebrek aan investeringskapitaal voor kleine en middelgrote ondernemers.


Op het gebied van consumentenacceptatie is zichtbaar dat de vraag en het aanbod naar vleesvervangers in Europa en Noord-Amerika stijgt. Op dit moment zijn vleesvervangers nog aan de dure kant, in vergelijking met enkele vleesproducten, zoals kip en varkensvlees. Daarnaast verschilt de acceptatie per producttype (denk aan kweekvlees, insecten of een vegetarische hamburger) en doelgroep (bijvoorbeeld ouderen en jongeren). Vooral nieuwe of onbekende producten, zoals hybride producten (deels plantaardig, deels vlees), kweekvlees en insecten kunnen voor weerstand zorgen. Binnen de studie is ook het ecologisch potentieel van nieuwe eiwitingrediënten beoordeeld. In de meeste gevallen hebben plantaardige eiwitten een lagere milieu-impact dan dierlijke eiwitten. Er bestaan op dit vlak grote verschillen tussen de plantaardige eiwitingrediënten, hoe meer bewerkingsstappen hoe groter de milieu-impact. Tot slot is de wet- en regelgeving onder de loep genomen. Voedselwetgeving is een complex domein en ondernemers ervaren deze als belemmeringen. Voor veel nieuwe eiwitingrediënten is de nieuwe Europese Novel Food Verordening van toepassing.

Balans nutritionele waarden en duurzaamheid van vleesvervangers

Toekomstbestendige vleesvervangers zijn gezond én duurzaam. In de meeste gevallen hebben vleesvervangers een lagere milieu-impact, als zij op basis van massa (per kg) of eiwitgehalte (per kg eiwit) worden vergeleken met hun vleestegenhangers. Echter, deze vergelijking geeft slechts een beperkt beeld, omdat vleesvervangers ook andere nutritionele voordelen (zoals vezels) en nadelen (zoals zout) bevatten in vergelijking met vleesproducten. Om een betekenisvolle vergelijking te maken moet het volledige nutritionele spectrum in relatie tot duurzaamheid in kaart worden gebracht. Op deze manier kunnen toekomstbestendige producten worden ontwikkeld, die passen binnen een gezond en duurzaam voedingspatroon. Een methode om dit te bepalen is de ‘Sustainability Nutrition Balance (SNB)’. Hierin wordt de balans tussen de voedingswaarde van het product en milieu-impact weergegeven. Dit betekent dat een product dat nutriënten bevat die een huidig dieet verbeteren (zoals vezels en vitamine D) en met een lage milieu-impact een betere SNB-score heeft dan een product dat nutriënten bevat die minder gezond zijn (zoals zout en verzadigde vetten) en een hoge milieu-impact heeft.



Roline heeft de SNB-score van twee verschillende type vleesvervangers in kaart gebracht: een op soja-gebaseerd product met vleesstructuur en een vleesvervanger op basis van bonen en groenten. Deze twee vleesvervangers zijn in de context van een Nederlands weekdieet geplaatst en vervolgens is de SNB-score bepaald. In de studie zijn de resultaten vergeleken met de SNB-score van kippen-, varkens- en rundvlees. De studie toont aan dat de SNB-score van de vleesvervangers beter is dan die van de meeste vleesproducten. Dit betekent dat er een betere balans is tussen duurzaamheid en nutritionele waarden. De SNB-score van vleesvervangers is echter wel afhankelijk van het recept en de toevoeging van bijvoorbeeld vitamine B12. Deze inzichten zijn een belangrijke sleutel bij de ontwikkeling van toekomstbestendige vleesvervangers, die zowel gezond als duurzaam zijn.


Meer informatie




Vragen over de eiwit-transitie of over de ‘Sustainability Nutrition Balance’ (van vleesvervangers)?
Neem contact op met Janjoris van Diepen via janjoris@blonkconsultants.nl
of met Roline Broekema via roline@blonkconsultants.nl bel +31 (0)182 579970.