Verkennende vergelijking milieu-efficiëntie van agro-producten

Onderzoek Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Elke twee jaar brengt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ‘Balans voor de Leefomgeving’ uit. Hierin wordt de staat van milieu, natuur en ruimte in Nederland gerapporteerd.

Voor de uitgave van 2018 wilde PBL meer inzicht krijgen in hoe de milieu-efficiëntie van de Nederlandse landbouwproductie zich verhoudt tot die in andere Europese landen. Aan de hand van een verkennende analyse is inzicht verkregen in dit vraagstuk. Echter, door kwaliteit van beschikbare data en de specifieke context in elk land bleek een vergelijking complex en een grote uitdaging. Daarom is het belangrijk om te benadrukken dat er een sterk voorbehoud moet worden gemaakt bij de interpretatie van de uitkomsten van deze studie. Dit betekent dat er geen harde conclusies aan deze studie verbonden kunnen worden. Uit de studie kwamen wel een aantal interessante observaties naar voren. Daarnaast wordt met deze studie het belang van goede monitoring en een focus op het verbeteren van productiesystemen nog eens benadrukt.

Complexe vergelijking

Agroproductie heeft in elk land haar specifieke context die meegenomen moet worden in de modellering en evaluatie van milieueffecten. Daarnaast zijn er verschillen in beschikbaarheid en kwaliteit van data. Een vergelijking tussen landen bleek dan ook complex. In de studie is daarom gezocht naar een zo ‘eerlijk’ mogelijke vergelijking binnen de kaders van de opdracht. Hierbij is naar een balans gezocht tussen het gebruik van consistente methodiek en het gebruik van de best beschikbare data. Dit betekent bijvoorbeeld dat we voor de Nederlandse situatie minder specifieke data hebben gebruikt dan dat beschikbaar zijn. Een vergelijking met andere landen gebaseerd op consistente modellering en data hebben we in deze studie voor laten gaan.

Verschillende agrosectoren

In de studie zijn de volgende agrosectoren in beschouwing genomen: (koe)melk, varkensvlees, vleeskuikens, consumptieaardappelen, tarwe en tomaten. De Nederlandse productie is vergeleken met de productie in een aantal andere belangrijke Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Polen, Spanje, Roemenië en Italië). Zie onderstaande tabel voor de verschillende product-landcombinaties die onderzocht zijn. Hierbij is gekeken naar landgebruik, broeikasgasemissies, N- en P-surplus, ammoniakemissies en productiewaarde. In de studie is gebruik gemaakt van de Levencyclusanalyse (LCA) methodologie, die de emissies in alle stadia van de productie in kaart brengt.
 

Enkele observaties

Zonder harde conclusies te trekken zijn uit de studie wel een aantal observaties naar voren gekomen:
  • Voor de Nederlandse agroproductie is het landgebruik per eenheid product over de gehele linie relatief laag, ten opzichte van andere (Europese) landen. Dit geldt vooral voor plantaardige productie en in mindere mate voor dierlijke productiesystemen.
  • Voor de Nederlandse dierlijke productiesystemen lijken de broeikasgasemissies per eenheid product rond het gemiddelde te liggen.
  • De N- en P-excretie in de Nederlandse varkens en vleeskuikenproductie lijkt relatief laag te zijn. Echter, de relatief hoge concentratie van de dierlijke sector in Nederland (en relatief lage mestexport) draagt bij aan relatief hoge mineralenoverschotten en broeikasgasemissies in de akkerbouw. Het Nederlandse mestoverschot lijkt te leiden tot ‘broeikasgas-technisch’ inefficiënte productie ten bate van een efficiënt landgebruik.

Specifieke Nederlandse scenario’s op basis van ‘betere’ data

Om gevoel te krijgen wat de impact is van betere informatie/data voor een land hebben een test uitgevoerd voor een aantal Nederlandse producten. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van betere achtergronddata en emissiefactoren. Dit leidde echter niet altijd tot een lagere milieu-impact. Enkele constateringen:

  • Ammoniakemissie bleek in de ‘betere data’ scenario’s voor alle productiesystemen lager te zijn.
  • Bij melk-, consumptieaardappel- en tarweproductie zijn de overige milieu-impacts in het ‘betere data’ scenario’s ook lager.
  • Bij varkens- en vleeskuikenproductie blijkt in de specifiekere scenario’s de N- en P-excretie hoger te zijn en de broeikasgasemissies vergelijkbaar of hoger.

Focus op goede monitoring en doorvoeren van verbeteringen

Een eerlijke vergelijking van de milieu-impacts tussen de verschillende landen bleek zeer lastig. Vanuit dit perspectief lijkt het zinvoller om in eigen land eerst te focussen op een goede monitoring en het verbeteren van de bestaande productiesystemen. Als er in de toekomst meer data van hoge kwaliteit beschikbaar is, kan er internationaal een meer zinvolle vergelijking worden gemaakt.


Meer informatie




Vragen over deze studie?
Neem contact op Hans Blonk, stuur een email naar via hans@blonkconsultants.nl of bel +31 (0)182 579970.