Alles weergeven
Wheat Agri-footprint

Wheat Agri-footprint

Kijkje achter de schermen

Zaadtoepassing en zaadproductie in Agri-footprint

Transparantie is volgens ons belangrijk in de ontwikkeling van duurzame agri-food ketens. Daarom geven we u graag een kijkje achter de schermen en delen we met plezier onze inzichten en ervaringen.

Deze keer zoomen we in op zaadtoepassing en zaadproductie in Agri-footprint, de LCA Food Database.

Verbeteringen

De Agri-footprint database wordt continue verbeterd door het Agri-footprint team. Recent hebben we kritisch gekeken naar hoeveel zaadmateriaal wordt toegepast, voor alle gewassen, en hoe zaadteelt wordt gemodelleerd. Op basis van nieuwe inzichten hebben we 3 aspecten in de methodologie, gericht op zaaimateriaal in LCI-ontwikkeling, aangepast:

  • de hoeveelheden van startmateriaal, uit FAO statistieken, zijn verfijnd;
  • ontbrekende data gericht op de hoeveelheden zaaimateriaal zijn toegevoegd;
  • het zaadteeltproces is verbeterd.

Zaadinput en - productie in eerdere versies

Sinds Agri-footprint versie 3.0 zijn zaadproductie en -toepassing opgenomen in de ‘inventories’ van de producten. De hoeveelheid zaaimateriaal dat gebruikt wordt voor gewas-landcombinaties is gebaseerd op zaadproductie gegevens, specifiek voor elk gewas en land, uit FAO-statistieken. Voor het proces van zaadteelt is aangenomen dat dit hetzelfde is als voor een teeltproces (zoals de input van kunstmest en pesticides), gecorrigeerd voor de opbrengst.

Verbetering 1: Hoeveelheid startmateriaal uit FAO-statistieken

De verbetering in de methode om de hoeveelheid van startmateriaal te bepalen uit FAO-statistieken kan het beste geïllustreerd worden aan de hand van een voorbeeld. Het figuur laat de opbrengst en zaadinput zien voor diverse raapzaadteelt LCIs in Agri-footprint. De hoeveelheid zaaimateriaal varieert behoorlijk tussen de landen, zelfs tussen buurlanden. Dezelfde patronen zijn ontdekt voor andere gewassen. Om grote, onverklaarbare verschillen te voorkomen in zaadinput tussen de verschillende datasets van dezelfde gewassen, is besloten om gebruik te maken van wereldwijde gemiddelden voor zaadinput.

Verbetering 2: Ontbrekende data gericht op hoeveelheden zaaimateriaal

Voor enkele productgroepen, zoals groenten, wordt in FAO-statistieken niet gerapporteerd over de hoeveelheid startmateriaal per gewas. Deze ontbrekende data is toegevoegd op basis van diverse bronnen, zoals KWIN-AGV (Wageningen UR, 2015).

Verbetering 3: Verbetering van zaadteeltproces

De zaadteeltprocessen in Agri-footprint 3.0 en 4.0 zijn in principe een kopie van het teeltproces, met een correctiefactor voor de opbrengst. In eerdere gevallen was de correctiefactor, of opbrengstratio, gesteld op 80% van de opbrengst voor alle teeltprocessen. Hierbij werd aangenomen dat de zaadproductie een grotere milieubelasting had dan de teelt zelf. Deze benadering werkt goed voor producten die gelijk zijn aan het zaaimateriaal, zoals de meeste granen (tarwe, gerst etc.) en voedergewassen (sojabonen, lupine, etc.). Echter, dit is niet realistisch voor producten zoals groenten. Om dit op te lossen wordt in de volgende update van Agri-footprint een specifieke correctiefactor gehanteerd voor diverse productgroepen, gebaseerd op data uit Feedprint. Verschillende opbrengstratio’s worden dan toegepast voor granen, mais, oliezaden, grassen, voedergewassen, leguminosen en suikerbieten. Voor de opbrengstratio van groenten wordt uitgegaan van suikerbieten.


Meer informatie



We zijn altijd opzoek naar manieren om achtergronddata te verbeteren. Suggesties en nieuwe informatie is welkom.
Mocht u vragen hebben over de zaadtoepassingen en zaadinput in Agri-footprint? Neem dan contact op met Mike van Paassen, via
mike@blonkconsultants.nl of bel +31 (0) 182 579 970
.