Alles weergeven
Product Environmental Footprint (PEF)

Product Environmental Footprint (PEF)

2025: Product Environmental Footprint (PEF) in de praktijk

De switch naar een keten die de consument juist en volledig informeert en een consument die snapt en weet dat zijn keuzes er toen doen



Hoe fantastisch zou het zijn als je in 2025 in de supermarkt loopt en je producten niet alleen op prijs kan vergelijken, maar ook op milieuprestaties? Hoe ver staan we eigenlijk af van deze droom? Misschien minder ver dan we denken. Veel hangt af van hoe de Product Environmental Footprint (PEF) aanpak van de Europese Commissie wordt doorontwikkeld. In de afgelopen jaren is dit raamwerk van eisen en principes opgesteld om de milieu-impact van producten te bepalen. Dit traject is bijna afgerond, maar wat moet er nog gebeuren om deze droom in 2025 te realiseren?

In dit artikel vind je een scenario waarbij vooral de Europese Unie, nationale overheden en Europese brancheorganisaties aan het roer staan om deze droom tot werkelijkheid te brengen.

Stap 1: EU beleid en PEF label

De eerste (en heel belangrijke) stap is het vaststellen van Europees beleid. Bijvoorbeeld een verplichting of verordening om de PEF methodiek toe te passen, wanneer milieuprestaties van producten worden gecommuniceerd. Wij schatten in dat dit beleid op zijn vroegst in 2020 zijn intrede doet, gezien de noodzakelijke vervolgstappen en de gebruikelijke traagheid in besluitvorming op Europees niveau.
Een cruciaal onderdeel is het ontwikkelen van een PEF label. Een label dat qua vormgeving hetzelfde is voor heel Europa. Bijvoorbeeld een label gebaseerd op milieuklassen, zoals het energielabel (A, B, C et cetera). Herkenbaarheid en geloofwaardigheid worden hiermee gewaarborgd. Consumenten en voedingsmiddelenbedrijven moet je niet lastig vallen met “LCA gerelateerde en methodologische vraagstukken” – laat dat maar onder de motorkap voor wetenschappers en consultants zoals wij. Voor de geïnteresseerde consument moet overigens de gedetailleerde informatie over de milieuprestaties wel beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld via een QR code.

Daarnaast kunnen stimuleringsmaatregelen een waardevolle bijdrage leveren, bijvoorbeeld een verlaagd BTW-tarief voor producten met een PEF-label. Of een BTW-vrijstelling voor producten met een A-label, met de beste milieuprestatie.

Een wijze les uit het verleden is dat er handhaving en/of juridische instrumenten worden ontwikkeld om misbruik tegen te gaan. De verificatie en validatie van claims moet volledig betrouwbaar zijn. Hiermee wordt de kans op een nieuwe dieselgate verkleind.

Stap 2: Nationaal beleid

Ook op nationaal niveau zijn inspanningen nodig om de PEF tot een succes te maken. Bijvoorbeeld het opnemen van eisen in het duurzaam inkoopbeleid.
Bijvoorbeeld door te stellen dat alleen producten met een milieu-klasse B of hoger mogen worden ingekocht. Dit zou een essentiële verbetering zijn van het huidige duurzaam inkoopbeleid dat naar ons idee te veel blijft hangen in het tellen van labeltjes. Vaak hebben overheden niet de juiste kennis in huis om misleidende milieuclaims te onderscheiden. Marketingtermen zoals 'Klimaatneutraal' zorgen voor verwarring en in sommige gevallen juist tot een niet-duurzame keuze.

Verder zijn er veel consumenten- en certificeringsorganisaties die hun achterliggende methodiek van hun adviezen moeten afstemmen op de PEF methoden, zodat er echt eenheid ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan Milieu Centraal, BEUC (the European Consumer Organisation) en Stichting Milieukeur.

Stap 3: Europese brancheorganisaties

Voor de Europese brancheorganisaties is er eveneens een taak weggelegd.
Een proactieve houding om bijvoorbeeld PEF-standaarden, default datasets en tools te ontwikkelen voor hun achterban. Hiermee worden drempels en kosten verlaagd voor voedingsmiddelenbedrijven om daadwerkelijk aan de slag te gaan met PEF.

Vervolgstappen

Naast internationale en nationale overheden zijn er uiteraard meer organisaties die een rol spelen in het succes van de PEF. Het is ook belangrijk dat voedingsmiddelenbedrijven hun eigen keten structureel onder de loep nemen. Hiermee worden hotspots in de keten zichtbaar. Dit biedt kansen om de milieuprestaties van een product te verbeteren en dus een beter PEF-label te scoren. Een belangrijk aspect hierbij is de kwaliteit van data. Bedrijfsspecifieke data van bijvoorbeeld ketenpartners geeft de voorkeur. Het kan dus verstandig zijn om bij inkoop vast te leggen dat ketenpartners data beschikbaar stellen.
Ook binnen de retail kunnen stappen worden ondernomen. Bijvoorbeeld door producten met een bepaalde milieuklasse niet te verkopen, of juist producten met goede milieuprestaties een betere positie in het schap te verschaffen.

Tenslotte ligt er nog het nodige werk voor de wetenschap om de achterliggende modellen te verbeteren. Er is nu een goede basis gelegd voor modellering en meten van milieu-impact, maar regelmatige updates op basis van nieuwe kennis hierover zijn noodzakelijk.
En niet te vergeten de consument, die gaat een verschil maken met zijn of haar keuze in de supermarkt. Wij zijn er van overtuigd dat de PEF de consument de juiste handvaten biedt om een goede keuze te maken. Als iedereen goed zijn best doet dan moeten we ergens tussen 2020 en 2030 de switch hebben gemaakt naar een duurzame keten die de consument juist en volledig informeert en een consument die snapt en weet dat zijn keuzes er toen doen.


Meer informatie



Vragen over het Product Environmental Footprint project?
Neem contact op met Jasper Scholten