Dit artikel is verschenen in VMT, editie 4 2016
Door: Jasper Scholten
V anwege het groene imago stappen veel producenten over op bioplastics als verpakkingsmateriaal voor voedingsmiddelen. Of bioplastics de oplossing zijn om te vergroenen, is nog maar de vraag. Op dit moment is nog onduidelijk of ze daadwerkelijk groener zijn dan fossiele plastics.Bioplastics zijn gemaakt uit plantaardig materiaal zoals maïs, suikerriet of aardappelen. Ze kunnen normale plastics op basis van fossiele grondstoffen, meestal aardolie, vervangen. Sommige bioplastics zijn biologische afbreekbaar.

Misleidend

Met regelmaat zijn er echter milieuclaims over bioplastics die niet te checken zijn en mogelijk misleidend. Een voorbeeld is de PlantBottle van Coca-Cola. Deze fles werd gepresenteerd als groen alternatiefvoor de normale PET-fles. Maar na een uitspraak van de Deense ombudsman heeft Coca-Cola de milieuclaim van de PlantBottle verlaagd van een 25 procent CO2-besparing naar 7,5 tot 11 procent. Deze besparingen zijn echter niet te verifiëren. Openbare studies, zoals ‘A preliminary LCA case study’ van Yasuhiko Akanuma, Susan Selke en Rafael Auras, laten juist het tegendeel zien. Dit soort misleidende claims komen niet alleen van bedrijven maar ook van consumentenorganisaties, wetenschap en zelfs overheden. Zo vermeldt de Oostenrijkse overheid in rapporten dat bioplastics klimaatneutraal zijn of dat ze 30 tot 70 procent minder CO2-uitstoot veroorzaken dan fossiele plastics, zonder dat hiervoor een wetenschappelijke basis is.

Onderbouwen

Het ontstaan van misleidende milieuclaims heeft onder andere te maken met de levenscyclusanalyses (LCA’s) die van bioplastics zijn gemaakt. Om een milieuclaim te onderbouwen zijn harde feiten nodig. Hier worden vaak LCA’s voor ingezet. Bij een groot aantal LCA’s van bioplastics kun je kritische vragen stellen over de gebruikte methodiek en data. Daarnaast worden de uitkomsten vaak door een marketingafdeling vertaald. Bijvoorbeeld naar een aantrekkelijke oneliner, die net wat mooier is dan de werkelijkheid. Bij de keuze voor bioplastics is het belangrijk om kritisch te blijven. Met een aantal kritische vragen kunnen we tot een goede overweging komen.

Vraag 1: Is het een volledige LCA – zijn alle ketenschakels meegenomen?

Bijna alle LCA’s van bioplastic hebben een cradle-to-gate afbakening. Dit betekent dat niet de hele keten in kaart wordt gebracht, zoals bij een cradle-to-grave studie. De milieu-impact wordt slechts tot het bioplastic granulaat – plastic korreltje – in beeld gebracht. Wat dus ontbreekt zijn de productie van de plastic verpakking, het gebruik van de verpakking en de afvalfase. Doordat die laatste fase niet in de studie is meegenomen, ontstaat er een vertekend beeld. De CO2 die de plant heeft vastgelegd (= biogene koolstof) als koolstof en die in het granulaat van bioplastic zit, wordt van de milieu-balans afgehaald (zie de eerste negatieve balk in figuur 1). Gevolg: in deze berekening heeft de teelt van gewassen voor bioplastic geen milieu-impact en levert het juist een milieuvoordeel op. In werkelijkheid is dit echter maar tijdelijk. In de afvalfase van plastic komt de biogene koolstof namelijk weer als CO2-vrij. De resultaten zijn dus rooskleuriger dan de werkelijkheid.

Aan een cradle-to-gate afbakening zitten meer haken en ogen. Het uiteindelijke verpakkingsmateriaal is vaak niet alleen gemaakt van het bioplastic granulaat, maar kent nog andere toevoegingen. Het nieuwe ‘groene’ plastic groentetasje bij de Jumbo geeft het netjes aan: gemaakt van 90% plantaardig materiaal. Een belangrijke vraag: wat is die andere 10 procent? Daarnaast wordt bij deze benadering het gewichtsverschil tussen het fossiele en bioplastic verpakkingsmateriaal niet meegenomen. Als de uiteindelijke bioplastic verpakking zwaarder is dan het fossiele alternatief, door een hoger soortelijk gewicht, is er meer granulaat gebruikt.

Vraag 2: Is het energiegebruik boekhoudkundig verlaagd?

Een andere vraag die je moet stellen is of het energiegebruik voor het maken van bioplastic boekhoudkundig is verlaagd. Dit kan door coproducten in te rekenen als zijnde hernieuwbare energie. Een voorbeeld is de verwerking van maïs. Slechts een klein deel van de maïs wordt omgezet naar bioplastic. De coproducten van maïsverwerking, die normaal als voedsel of veevoer worden ingezet, worden verbrand of vergist om de energiebehoefte te verkleinen van de bioplasticproductie. Het kan dus lijken alsof er maar 0,5 kg aardolie wordt gebruikt voor 1 kg bioplastic, terwijl dat in werkelijkheid ook 2 kg aardolie kan zijn.

Vraag 3: Wordt de milieu-impact ook verdeeld over andere producten?

In sommige ketenschakels van de bioplasticproducie worden ook andere producten gegenereerd. Bij de verwerking van maïs tot zetmeel bijvoorbeeld, waarbij veevoerstromen vrijkomen. In dit geval worden de gewassen, die geteeld worden voor bioplastics, ook gebruikt voor andere toepassingen. Bij een LCA worden deze coproducten ook in beschouwing genomen en wordt de milieu-impact verdeeld over alle producten. Dit kan op verschillende manieren, zoals massa of economische waarde. Let erop dat de milieu-impact evenredig is verdeeld, zodat een realistisch beeld ontstaat.

Vraag 4: Zijn er data beschikbaar?

De beschikbaarheid van data is cruciaal bij het meten van de milieu-impact met behulp van LCA. Op dit moment zijn de meeste data over het produceren van bioplastic niet publiekelijk beschikbaar. Het is een black box, de in- en output zijn onbekend. Het dupliceren of begrijpen van zo’n LCA is dan vaak niet mogelijk.

Vraag 5: Zijn fossiele plastics dan milieuvriendelijker?

De keuze voor bioplastic of fossiele plastics moet per product worden bekeken. De derde en vierde vraag gelden namelijk ook voor fossiele plastics . Daarnaast hebben fossiele plastics een voorsprong van enkele decennia ten opzichte van bioplastics, dus welke efficiëntie is er nog te behalen? Bovendien zit de grootste milieu-impact van voedingsmiddelen over het algemeen niet in de verpakking, maar in de teelt en het produceren van het voedsel dat wordt verpakt. Hier kan dus echt het grote verschil gemaakt worden. Ook kan er minder verpakkingsmateriaal worden gebruikt in plaats van andere of zelfs meer verpakkingsmaterialen.


Meer informatie



Heeft u vragen over dit artikel?
Neem contact op Jasper Scholten, manager Life Cycle Assessment.
Tel +31(0)182547808
E-mail jasper@blonkconsultants.nl